Gevaarlijker dan ik dacht

Read / lees in : enEnglish

Praia de São Tiago / Luanda / Angola
De cruiseterminal van Luanda heeft weleens betere tijden gekend.

Met een verse credit card op zak kon ik met een gerust hart mijn reis voortzetten. Met hernieuwd enthousiasme ook, omdat iedereen me vertelde dat vanaf Angola het reizen weer een stuk makkelijker, veiliger en vooral leuker zou worden. Het grappige is dat je daar eerst een voorproefje van krijgt. Angola heeft namelijk een provincie, Cabinda, die is omsloten door Congo Brazzaville en Congo Kinshasa. Nadat ik vanuit Congo Brazzaville Cabinda inreed, viel het me meteen op dat er ellenlange rijen voor de benzinestations stonden. Nogal raar aangezien Angola de grootste producent van olie is ten zuiden van de Sahara. Maar ze schijnen zelf geen raffinaderijen te hebben, waardoor brandstof toch schaars kan zijn. Behalve dat leek het er inderdaad toch op dat alles hier naar een hoger plan was getild dan in de landen waar ik de afgelopen maanden doorheen was gekomen. Met o.a. wegen zonder gaten, redelijke geprijsde hotels, goede restaurants en snel internet. Ik bleef daarom meteen maar een paar dagen hangen. Op de dag dat ik vertrok voor mijn laatste ontberingen tankte ik nog even af, want zo goedkoop als in grote olieproducerende landen krijg je je peut zelden.

Matadi / Congo Kinshasa
Matadi met op de achtergrond de enige brug over de Congo, alsof je je in een Indiana Jones film bevindt.

Indiana Jones

Precies bij de grens met Congo Kinshasa hield het asfalt op en ploegde mijn waggie verder door mul zand. Een paar kilometer verderop hadden ze het gore lef om wegenbelasting te innen, terwijl onmiddellijk daarna de weg nog slechter werd dan ie al was. Zodat je lekker vloekend en tierend je weg kunt vervolgen, dan dan weer wel. Bij het invallen van de duisternis kwam ik uiteindelijk aan in Matadi, de stad met de enige brug die de bijna vierduizend kilometer lange Congo rivier overspant. ‘In de steden in Congo Kinshasa waan je je in een Indiana Jones film’, schreef één van mijn reisvrienden. Dus ik verwachtte verborgen schatten en geile wijven, maar niks was minder waar. ‘Wat een shithole’, zou Trump zeggen, en dan zou iedereen het voor één keer met hem eens zijn. Ik boekte een kamer in een hotel dat airco, warm water en internet had. Maar onmiddellijk nadat ik in het restaurant de laatste hap van mijn warme prak doorslikte zetten ze de generator af. Zodat ik even later in het donker in mijn kamer zat zonder airco, internet of warm water. Gelukkig zou ik de volgende dag Angola bereiken.

Luanda / Angola
Zowaar een moderne skyline, de eerste sinds Spanje.

Korte metten

En zo geschiedde. De eerste dag sliep ik nog in M’Banza Kongo, dat anders dan de naam doet vermoeden wel degelijk in Angola ligt. Maar vanwege de prachtige wegen die me lekker lieten opschieten betrok ik een dag later al een appartement in de hoofdstad Luanda. Zo mooi dat ik het niet erg vond om een paar dagen op een Argentijns koppel, dat ik via de  overlanding community had leren kennen, te wachten. Ze zaten slechts een dag of twee achter mij. Een ander koppel uit Duitsland waarmee zij goed bevriend waren trof die nacht echter het noodlot. Zij sliepen in hun auto in de buurt van Boma in Congo Kinshasa terwijl zij werden aangevallen door vier mannen. De man overleefde het niet, waarop de Argentijnen vanuit Matadi terugreden om de arme vrouw te helpen. Toen kwamen in de community de verhalen los over de bange momenten die men her en der had meegemaakt. De route die ik de afgelopen maanden zoals velen had genomen is blijkbaar een stuk gevaarlijker dan ik dacht, omdat ik zelf gelukkig geen spannende momenten heb gekend. Dat komt óf omdat ik zoals altijd barst van het geluk, óf omdat de geesten die Don Guido met me mee heeft gestuurd zich van hun taak kweten.