fbpx

De Qatar komt later

Read / lees in : enEnglish

Khawr al Udayd / Qatar
Stelletje rukkers.

Omdat onze vlucht van Namibië naar Maleisië met Qatar Airways was moesten we overstappen in Doha. Ik had daarom bij Lucía afgedwongen dat we daar op de terugweg een paar dagen zouden blijven. ‘Pik binnen het is winter’, dacht ik. Want als je niet van voetbal houdt dan kom je daar anders nooit. Het begon al meteen lekker toen we daar aankwamen, het hotel dat we geboekt hadden was namelijk al zes maanden dicht. Maar na slechts een uur in de wacht te hebben gehangen bij Agoda regelden zij een ander hotel voor ons. Een upgrade zelfs, want inclusief ontbijt én er werd elke avond tussen zes en acht gratis bier met bruin fruit koffie met gebak geserveerd. Terwijl we die avond te voet het Al Koot en Bie fort, met uiteraard een bazaar, verkenden besloten we om de volgende dag een autootje te huren. Qatar is niet zo groot, en we hadden maar vier dagen, dus dan konden we goedkoop en snel langs alle bezienswaardigheden scheuren. De volgende ochtend haalden we de auto op en reden meteen het hele deel van het land ten noorden van Doha door. Ondanks dat het geen 4×4 was crossten we aan het eind van de dag toch de woestijn bij Dukhan in om een bizar kunstwerk van Richard Serra te bekijken. Dat lukte gelukkig zonder zichtbare schade aan de auto te veroorzaken.

Kamelenrace

Camel Racetrack / Al Shahaniya / Qatar
Dit is de enige schuimkraag die je zult zien in Qatar.

Een dag later wilden we een live kamelenrace aanschouwen. We hadden geluk dat er één gehouden werd, alleen beginnen ze wel tering vroeg. Namelijk om zeven uur ’s morgens, en het was maar liefst drie kwartier rijden vanaf ons hotel. Toen we aankwamen waren ze tot mijn schrik al zonder ons begonnen, maar er waren gelukkig nog veel meer races. Ondanks dat de toegang gratis is, viel het me op dat er verder geen publiek was. We kwamen er al snel achter dat dat komt omdat de kamelen over aan acht kilometer lange baan rennen. Dus als je langs de kant staat te loeren zie je ze alleen vertrekken en finishen. De fans kijken daarom gewoon thuis naar de live beelden van de camerawagen. Achter die wagen volgen de eigenaren van de kamelen. Het was dus cruciaal om in zo’n auto terecht te komen. Gelukkig vond ik ene Abdullah bereid om ons een insider kijkje in het wereldje te geven. Hij is eigenaar van honderden kamelen, waaronder een stuk of veertig racekamelen. Terwijl hij de kamelen probeerde bij te houden spoorde hij via zijn walkietalkie de zijne aan. De kamelen hebben namelijk een ‘robot’ met speaker en een op afstand bestuurbaar zweepje op de rug. Die robot vervangt de jockeys omdat de jongetjes die ze daarvoor importeerden weleens verongelukten. Dus dat werd op een gegeven moment te duur.

De Qatar komt later

Doha / Qatar
Tsja, al die glimmende gebouwen moeten natuurlijk ergens van betaald worden.

Kortom onze dag had niet beter kunnen beginnen en we waren nog op tijd terug in het hotel voor het ontbijt ook. Op onze laatste dag in het oliestaatje ruilden we de truttenschudder die we eerst hadden om voor een Mitsubishi Pajero(=Spaans voor rukker). Zodat we voordat we in het vliegtuig zouden stappen de Khawr al Udayd woestijn in het zuiden nog even door konden. Alhoewel me door de verhuurmaatschappij verboden was off-road te gaan, iets dat ik me achteraf wel voor kon stellen want de auto doet zijn naam eer aan. Wat een rukding zeg. Als je er een stukje mee door het water gaat geeft ie het al op. Na vier dagen hadden we alles wel gezien en gedaan, en bovendien snakten we naar een biertje. Dus keerden we, toen ik de Pajero weer aan de praat had, dorstig maar tevreden terug naar Namibië. Een week of twee later volgde echter de Qatar kater. Ik had kennelijk een keer in Doha verkeerd voorgesorteerd bij het links afslaan. En al is de Ed nog zo snel, de Qatarese bonnenmachine achterhaalt hem wel. Dat doet flink pijn in de portemonnee, want de bekeuringen in Qatar zijn niet mals. Het leverde een prent van maar liefst zesduizend Qatarese Rial op, dat is net geen vijftienhonderd euro mensen. Desondanks blijf ik het liefst per auto reizen, maar dan wel in mijn eigen waggie die niet bang is voor water, niet te traceren kentekenplaten heeft en die een krasje meer of minder niet deert.